Europa in de Media
De invloed van Europa en haar instellingen op ons dagelijkse leven is de voorbije jaren alleen maar gegroeid. Denk maar aan de invoering van de Bologna-akkoorden (die de structuur en werking van onze hogescholen en universiteiten regelen), om maar een recent voorbeeld te geven. De aandacht voor Europa in onze media is echter niet in dezelfde mate meegegroeid en in sommige gevallen zelfs verminderd. Hoe komt dit? Volgens H. Vos en R. Heirbaut, auteurs van het boek ‘Hoe Europa ons leven beïnvloedt’, moet men de oorzaken zowel bij de media als bij de Europese instellingen zelf zoeken.
Hoezo, bij de media ?
De twee auteurs wijzen al snel de vingers naar de redacties en hoe men daar te werk gaat. De Vlaamse redacties zitten vlakbij Brussel, vaak zelfs op maar enkele kilometers van de Europese wijk, maar behandelen het nieuws dat van hun geaccrediteerde correspondenten komt als buitenlands nieuws, onder dezelfde noemer als modderstromen op de Filipijnen en bomaanslagen op Iraakse regeringsgebouwen. Toegegeven, echt binnenlands nieuws is het ook niet, maar de gevolgen van de beslissingen van het Europees parlement bijvoorbeeld zijn voor ons veel groter dan die van het andere buitenlandse nieuws.
Áls de Europese verslaggeving dan al de kranten of het televisiejournaal haalt, is dit meestal vanuit een lokale of regionale invalshoek. Koppen als ‘Europese klimaatsmaatregelen kosten elke Belg jaarlijks €75′ (fictieve kop, n.b.) komen me te binnen. Dit gebeurt niet alleen in Vlaanderen, ook in alle andere Europese landen en regio’s, maar bij ons is het zo erg dat zelfs nieuws van onze Franstalige medebelgen onze media niet haalt, laat staan Europees nieuws dan, niet waar?
De correspondenten hebben ook vaak zeer veel moeite om hun redacties te overtuigen van de nieuwswaarde van hun verslagen. Zo veel dat ze er zelf al over beginnen klagen. Ze zijn vaak geroutineerde journalisten die de werking van Europa volledig snappen en het jargon al lang onder de knie hebben, maar hun collega’s op de redacties hebben meestal niet dezelfde ervaring op knowhow. Deze laatsten nemen echter wel de beslissingen achter de schermen, vaak dus tot frustratie van hun correspondenten. Hebben de Europacorrespondenten echter meer reden tot klagen? Dat denk ik niet. Ik kan me best voorstellen dat financïele of andere buitenlandse verslaggevers hun frustraties delen.
Dit alles leidt helaas onvermijdelijk tot een vicieuze cirkel van onwetendheid en desinteresse. De gemiddelde Belgische krantenlezer noemt Europa een ‘ver van zijn bed’-show, dus zou liever minder Europees nieuws in zijn krant lezen. De redacties, die bezorgd zijn om hun verkoop- en leescijfers volgen hun lezers hierin, waardoor ze de illusie scheppen dat Europa inderdaad niet belangrijk is. Wie was er nu eerst, en wie doorbreekt de cirkel? De internetjournalisten, een nieuwe krant, de Europese Unie zelf? Only time will tell.
Hoezo, bij Europa?
Hoewel de structuur van de Europese Unie niet ingewikkelder is dan die van ons klein Belgenlandje – met haar gemeenschappen en gewesten en 27 verschillende regeringen waarvan geeneen met een ander overeenkomt – kan dit voor niet-geinitïeerden toch vaak op een doolhof lijken. De meeste Europese inwoners weten dat een van de beginselen van de democratie de scheiding der machten is, maar niet iedereen van hen zal weten welke Europese instelling welke macht nu eenmaal bezit (voor de duidelijkheid en volledigheid: de wetgevende macht ligt bij het Europees Parlement, de uitvoerende macht bij de Europese Commissie, en de rechterlijke macht bij het Hof van Justitie). Dit elke keer in een artikel vermelden leidt tot een tijd- en plaatsverlies, maar na herhaling zullen de meeste lezers de structuur wel snappen, hoop ik. Misschien moet de Europese Unie, desnoods met hulp van hun correspondenten, zelf aan een verduidelijking of vereenvoudiging werken, al was het maar om het nieuws makkelijker gedrukt of uitgezonden te krijgen.
De redacties klagen dan weer over de voornamelijk trage en onspectaculaire werking van de verschillende Europese instellingen. Wanneer er voorstellen worden gemaakt en daarover wordt gedebatteerd, moeten de verschillende debatterende partijen zeer diplomatisch en gematigd te werk gaan, om te vermijden elkaar tegen de schenen te stampen en mogelijke samenwerking in de toekomst in gevaar te brengen. De diplomaten spreken vaak in eufemismen en verscholen taal, niemand zegt ooit wat hen echt op de lever ligt. In de lokale/regionale/nationale politiek is dit anders: daar laten de politici geen enkele kans liggen om tegenstanders aan te vallen, vaak met ruzies en verhitte discussies tot gevolg. Dat nieuws heeft daarom dus meer nieuwswaarde.
De trage werking is ook aan deze diplomatie te wijten. Discussies over voorstellen worden heel vaak uitgesteld omdat andere landen steeds nieuwe elementen (kunnen) toevoegen waarover dan telkens weer gedebatteerd moet worden. Het nemen van beslissingen en het doorvoeren van wetten die volgen na voorstellen kan dus jaren in beslag nemen. De redacties zitten dan voor een dilemma: brengen ze verslag uit over de voorstellen, wanneer er dus nog lang niets concreet gezegd is, of over het nemen van het besluit, zonder enige context en vaak jaren na datum en dus zonder actuele relevantie?
Je ziet dat de problemen rond de Europese verslaggeving niet makkelijk op te lossen zijn. Er is voldoende voer voor discussie en het is wachten op iemand die het woord neemt om de discussie op gang te brengen. Al was het maar om Europa eindelijk in de juiste context te plaatsen en haar de aandacht te schenken die ze van ons allen verdient.
Alvast tot nog eens!
Met vriendelijke groet,
Robbe De Brauwer
-
Archief
- december 2009 (1)
- november 2009 (1)
- oktober 2009 (2)
- september 2009 (1)
- augustus 2009 (1)
- april 2009 (4)
- maart 2009 (3)
- december 2008 (3)
- november 2008 (1)
- oktober 2008 (2)
-
Categorieën
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties